Onderscheid in Participatiewet urenbeperking of minder loonwaarde niet logisch


Participatiewet-shutterstock_308240126Een logische verklaring om onderscheid te maken tussen mensen met een urenbeperking of een beperkte loonwaarde is er niet. Ze leveren beiden prestatie naar vermogen. Toch bestaat dit onderscheid wel in beloning en dat moet, als het aan de Landelijke Cliëntenraad (LCR) ligt, van tafel. De LCR stelt een alternatieve uitvoering voor de inclusietoeslag voor. Daarnaast zijn er extra middelen voor de voorgestelde maatwerkvoorziening nodig. En dient de kwaliteit van jobcoaching te verbeteren. Dit alles doet de LCR uit de doeken in een brief aan de Tweede Kamer voor het AO Participatiewet op donderdag 12 september 2019.


Verrekening

De loondispensatie in de Participatiewet is gelukkig van tafel. Door de inzet van loonkostensubsidie kan werk echt lonen. Het lastige is dat loonkostensubsidie alleen loont voor mensen die fulltime werken en minder arbeidsprestatie leveren. Wie simpelweg minder uren kan werken (de urenbeperking) heeft te maken met aanvulling van het loon met een uitkering met alle negatieve gevolgen van dien. Waar iemand met een beperkte loonwaarde extraatjes mag houden, worden die bij iemand met een urenbeperking verrekend met de sociale dienst.


Gelijktrekken

De LCR heeft deze casussen al eerder gepresenteerd in juni in de uitgebreide cliëntentoets [LINK]. De LCR stelt dan ook voor om de beloning van mensen met een beperkte loonwaarde of met een urenbeperking gelijk te trekken.  Bij het beoordelen van de urenbeperking j moet ook rekening worden gehouden met een extra criterium waarbij de balans tussen werk en privé in de gaten wordt gehouden.

De inclusietoeslag die de LCR met zes andere organisaties heeft voorgesteld, moet de Belastingdienst uitvoeren. Omdat daar automatiseringsproblemen zijn, wordt uitwerking van dit voorstel geblokkeerd. De LCR stelt voor om de uitvoering van de inclusietoeslag op een andere manier te laten lopen.


Maatwerkvoorziening

De andere punten waarop de LCR wijst zijn de maatwerkvoorziening en de jobcoach. De procedure en beoordelingscriteria voor de maatwerkvoorziening zou uniform gemaakt moeten worden, anders gaan gemeenten elk voor zich weer eigen eisen stellen. Dat, zo ziet de LCR, leidt tot ongelijkheid. Daarnaast moeten extra middelen beschikbaar komen die als doeluitkering worden verstrekt. Gebeurt dit niet, dan is de LCR bang dat het zicht op de middelen verdwijnt, zoals ook bij Beschut werk is gebeurd.


Jobcoach anders dan intern begeleider

Een ander punt waar de LCR al jaren op hamert is de inzet van jobcoaching. Tegenwoordig worden ook intern begeleiders aangemerkt als jobcoach. Dat zijn zij nadrukkelijk niet. Jobcoaching hoort bij Begeleid werken. Het vak van jobcoach moet beter worden beschermd en er moeten kwaliteitscriteria komen. Een ander punt van aandacht is de keuzevrijheid voor een jobcoach. Die hoort bij de werknemer/werkzoekende te liggen, vindt de LCR. Daarnaast moeten werknemers ook bij een intern begeleider nog aanspraak kunnen maken op een jobcoach.


Klik voor: de brief van de LCR naar de Tweede Kamer voor het AO Participatiewet op 12 september (LCR-TK-2019-0054).



Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 10 september 2019 13:55:27


Vraag en antwoord