Quotumwet: elementen voor werkgevers ontbreken



De doelgroep voor de Quotumwet moet beter worden omschreven. De rechten en plichten van werkzoekenden zijn onvoldoende uitgewerkt. En in het flankerend beleid voor werkgevers ontbreken belangrijke elementen. Tenslotte de vraag: hoe worden werknemers meegeteld voor het quotum? Dit is een greep uit de vragen en kritiekpunten die de Landelijke Cliëntenraad (LCR) heeft neergelegd in zijn advies over de Quotumwet. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft hierom verzocht.

 

Doelgroep

De doelgroep zoals die nu is vastgesteld, roept vragen op. Wanneer voldoet iemand aan de voorwaarden om meegeteld te worden voor het quotum? Zonder nadere omschrijving komen ook mensen in aanmerking die door andere omstandigheden dan een arbeidshandicap niet in staat zijn om het Wettelijk Minimumloon (WML) te verdienen.


Weigeren

Naast het feit dat regelingen als Wajong en Wsw bepalen wie tot de doelgroep behoort, moet UWV voor degenen zonder Wajonguitkering of Wsw-indicatie vaststellen of er sprake is van een arbeidshandicap. De LCR vindt dat ook cliënten zelf moeten kunnen vragen of zij tot de doelgroep  behoren. Aan de andere kant is het de vraag of mensen ook moeten kunnen weigeren om voor het quotum meegeteld moeten worden. Staatssecretaris Klijnsma zegt in haar toelichting dat dit mogelijk is. Maar hoe reëel is dat in de praktijk? Cliënten moeten daarbij niet aangerekend krijgen dat ze weigeren mee te werken aan re-integratie, zo zegt de LCR.


Meer aandacht werkgevers

De werkgevers verdienen, als het aan de LCR ligt, veel meer aandacht. Zij zijn immers degenen die centraal staan in de Quotumwet, omdat zij de banen moeten leveren. Dat betekent wel, stelt de LCR, dat het  beleid dusdanig moet zijn dat werkgevers ook in staat worden gesteld om mensen met een arbeidshandicap aan te nemen. De no-riskpolis moet als landelijke regeling blijven bestaan omdat deze polis een compensatie is voor ander landelijk beleid. De no-riskpolis zorgt ervoor dat werkgevers niet het risico lopen dat ze bij ziekte en arbeidsongeschiktheid loon moeten doorbetalen bij werknemers met een beperking. De LCR ziet niet in waarom gemeenten dit probleem moeten oplossen en financieren.


Afstemmingsproblemen

Ander aandachtspunt zijn de werkvoorzieningen. De huidige werkwijze zorgt ervoor dat deze werkvoorzieningen worden vergoed. Die zou in stand moeten blijven om arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidshandicap echt te bevorderen. Er dreigen door de komst van de Particpatiewet veel verschillende regelingen en afstemmingsproblemen, zowel bij de no riskpolis als het vergoeden van de werkvoorzieningen.

 

Uitzenden en detacheren

Laatste punt betreft de telling van de werknemers: wie mag tot het quotum gerekend worden en wie niet? Er zijn openingen in het wetsvoorstel te vinden om uitzendkrachten en mensen die zijn gedetacheerd wel mee te laten tellen. De LCR raadt dit af: ‘De quotumregeling moet een tijdelijk instrument zijn om de achterstand in te halen. Die achterstand wordt alleen ingehaald als de arbeidsmarkt daadwerkelijk inclusief wordt. Door werkgevers de mogelijkheid van detacheren te bieden, veranderen we de arbeidsmarkt niet structureel.’

Bovendien, zo merkt de LCR op, bestaat het risico dat detacheerders en uitzendbedrijven er geld aan verdienen als ze mensen niet door laten stromen naar een dienstverband. Het financiële belang gaat dan voor het belang om mensen daadwerkelijk in dienst te laten treden.

 

Klik hier: advies van de LCR aan de staatssecretaris van SZW over Quotumwet

 

 

 



Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 11 februari 2014 14:37:46

Vraag en antwoord