Opheffen Centrale Raad van Beroep leidt tot rechtsongelijkheid en afbraak kennis


rechtbankUiteenlopende uitspraken, langere procedures, hogere kosten en afbraak van zorgvuldig opgebouwde kennis. Dat zijn volgens de LCR de gevolgen van het opheffen van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het onderbrengen van de zaken onder vier gerechtshoven. De LCR dringt er bij de leden van de Tweede Kamer op aan om op 3 maart schriftelijk vragen in te dienen die hierop wijzen.

 

Specialisten

Sociale zekerheid is aan snel opvolgende veranderingen onderhevig. Dat vraagt om gespecialiseerde rechters. Die expertise is opgebouwd binnen de CRvB met een eigen wetenschappelijk bureau. Het is vrijwel onmogelijk om dit kennisniveau te handhaven door de beperkte omvang van de bestuursrechtelijke afdeling bij de vier gerechtshoven. Het risico is groot dat uitspraken zeer uiteen gaan lopen.

 

Ongelijke behandeling

Gemeenten, UWV en SVB hebben op grond van de wetgeving verschillende mate van vrijheid. Veel rechtszaken gaan over de vraag of de wet in het concrete geval juist is uitgevoerd. In cassatie kan alleen over onjuiste wetsuitleg worden geklaagd. De feiten over de zaak komen niet meer aan de orde. Daardoor kan ongelijke behandeling bij de verstrekking van bijvoorbeeld de bijstand of een pgb niet meer worden gerepareerd.

 

Kosten

Volgens de LCR wordt het lastig om de wet te laten repareren als een uitspraak van een van de vier gerechtshoven komt. De vraag is dan ook om de CRvB in stand te houden. Te meer omdat de kosten voor rechtspraak onherroepelijk stijgen als er vaker in cassatie wordt gegaan.


Klik voor: LCR-brief aan Tweede Kamer over wetsvoorstel tot opheffing van de Centrale Raad van Beroep



Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 02 maart 2016 17:35:39

Vraag en antwoord