Fraudewet aangepast: vergissingen minder duur


Geld_tellenDe hoogte van de boetes voor fraude met uitkeringen wordt aangepast. UWV, SVB en gemeenten moeten de overtredingen van de inlichtingenplicht voortaan individueel beoordelen op de ernst van de overtreding, de omstandigheden van het geval en verminderde verwijtbaarheid. Het automatisch opleggen van een 100% boete, is niet langer aan de orde. Dit heeft het kabinet besloten naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en in reactie op het onderzoek van de Ombudsman. De Landelijke Cliëntenraad (LCR) gaat de maatregelen niet ver genoeg. Vergissingen horen niet bestraft te worden. Dit heeft de LCR al eerder laten weten aan minister Asscher.


Geen oplossing

De LCR is blij met deze wijziging, maar vindt nog altijd dat de Fraudewet in strijd is met de Wet eenmalige gegevens uitvraag. Die wet regelt dat de overheid in principe maar een keer gegevens mag vragen van burgers. Nu gebeurt het regelmatig dat burgers toch meerdere keren dezelfde informatie moeten doorgeven. Als ze dat niet doen, omdat ze ervan uitgaan dat ze de gegevens al hebben verstrekt, dan kan hen nog altijd een boete worden opgelegd.

Ook betreurt de LCR het er geen oplossing is gevonden voor het knelpunt dat mensen met een boete geen toegang hebben tot de schuldhulpverlening. Dit aspect wordt meegenomen in de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Deze evaluatie wordt nu voorbereid en moet vóór 1 juli 2016 naar de Tweede kamer worden gestuurd.


Echte fraude wel bestraffen

Het is wel belangrijk, zo stelt ook de LCR, dat échte fraude hard wordt aangepakt. De veranderingen vereisen een wijziging van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet). Minister Asscher heeft per brief een wijziging aangekondigd. Het komt erop neer dat alleen bij opzet een boete geldt die gelijk is aan het gefraudeerde bedrag. Iemand moet dan dus eigenlijk twee keer het gefraudeerde bedrag terugbetalen. Bij grove schuld volgt een boete van 75 procent. En in alle overige situaties geldt een boete van 50 procent. Is er sprake van ‘verminderde verwijtbaarheid’ dan bedraagt de boete 25 procent van het gefraudeerde bedrag. En vervolgens kan de boete nog lager worden vastgesteld op basis van de omstandigheden. Hierbij kunnen ook de financiële omstandigheden van de cliënt worden meegewogen. De minimumboete van 150 euro vervalt en UWV, SVB en gemeenten kunnen, nadat de wet is aangepast, in meer situaties een waarschuwing geven. De wet geldt vanaf 24 november voor alle zaken: lopende en nieuwe.


Besparing of niet?

Het doel van de wet verandert niet. Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten om fraudeurs aan te pakken zodat de sociale voorzieningen bij diegenen terecht komen die dit het hardst nodig hebben. Minister Asscher zoekt nog uit welke financiële gevolgen de aanpassing van de wet heeft. Het kabinet voorzag eerder een besparing van 140 miljoen euro bij de invoering van de Fraudewet.


Klik voor: Brief van minister Asscher aan de Tweede Kamer over aanpassing van Fraudewet.

Klik voor: eerder bericht van de LCR over de Fraudewet.







Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 17 december 2014 14:45:44

Vraag en antwoord