Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: vanzelfsprekend


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Het Ronde Tafel-gesprek over de ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap staat dit keer centraal. Daarin heeft de voorzitter het belang van cliëntenparticipatie naar voren gebracht: vraag aan mensen zelf wat zij nodig hebben. Het lijkt vanzelfsprekend, maar het is het in de praktijk nog niet. Klik hier voor: eerdere columns.

Het kabinet legt dit jaar het VN-verdrag over rechten van mensen met een handicap voor aan het parlement. Op maandag 9 februari organiseerde de Tweede Kamer daarover een Ronde Tafelgesprek. Ik mocht namens de LCR aanschuiven, en wie mij kent weet inmiddels dat ik dat graag doe. Het werd een lange, maar boeiende dag.
De sprekers waren over drie blokken verdeeld. In de eerste twee blokken ging het vooral over de fysieke toegang tot gebouwen en openbaar vervoer voor mensen met een beperking. Uiteraard heel belangrijk en nog lang niet overal goed geregeld, maar het VN-verdrag behelst veel meer. Het gaat vooral over de gelijke behandeling, in alle opzichten, van mensen met een beperking. Het gaat over de inclusieve samenleving. Eigenlijk ging alleen de woordvoerder van het College voor de Rechten van de Mens, Dick Houtzager, daarop in. Hij betoogde dat mensen met een beperking of chronische ziekte nog altijd een achtergestelde positie hebben. Sommige Kamerleden wilden vooral concrete voorbeelden horen. Voorzitter Eva Westerhof van het Dovenschap schetste een schrijnende situatie: als slechthorenden een plekje krijgen in het regulier onderwijs, moeten ze toch meedoen aan de luistertoets. Kijk, daar konden de Kamerleden wat mee.

Ik hoop echt dat Kamerleden iets aan dit soort ernstige missers gaan doen. Daarnaast hoop ik dat ze ook de zaken aanpakken die wat ingewikkelder zijn. Gelukkig kon ik zelf in blok drie een paar voorbeelden geven van zaken die niet met een bredere deur of een geleidebaan op te lossen zijn. Naast mij zat Aline Saers van Per Saldo. Zij maakt gebruik van een computer met brailleregel. Die kon ik gelijk als voorbeeld noemen van de niet gegarandeerde voorzieningen in de Participatiewet. Met zo’n brailleregel kan een blind persoon betaald werk gaan doen. Maar als de betreffende gemeente de brailleregel als werkvoorziening te duur vindt, krijgt die persoon hem niet.
Nog ingewikkelder wordt het als iemand een doventolk of bijvoorbeeld een jobcoach nodig heeft. Het kan allemaal, maar het is niet in de wet gegarandeerd en het regelen ervan is ingewikkeld. Zelfs het aanvragen van een uitkering is lastig en als dat ook nog via een ingewikkeld formulier op internet moet, is het voor mensen met een verstandelijke beperking niet te doen. Gelukkig waren de Kamerleden het ermee eens dat dit zo eigenlijk niet kan.

De LCR streeft naar een inclusieve samenleving, zoals vermeld in het VN-verdrag.
Een samenleving waarin mensen met een beperking niet worden belemmerd om mee te doen aan de samenleving en iedereen erbij hoort. Een samenleving waarin voorzieningen die belemmeringen opheffen, gewoon vanzelfsprekend zijn. En waarin het vanzelfsprekend is dat beleidsmakers, ondersteuners en hulpverleners met de cliënten praten en niet over hen.
Een Kamerlid vroeg welk mechanisme ons kan helpen om het VN-verdrag goed uit te voeren. Cliëntenparticipatie en cliëntenzeggenschap, antwoordde ik. Vraag ervaringsdeskundigen wat het juiste beleid voor hen is. Vraag de man of vrouw zelf wat hij of zij wil en nodig heeft, bepaal het niet vóór hen. Dat is vanzelfsprekend zeiden de Kamerleden. Ja, zei ik, maar in de praktijk is die vanzelfsprekendheid er nog lang niet altijd. Helaas.
 




Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 19 februari 2015 09:19:59

Vraag en antwoord