Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: toekomst


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Hij bezocht vorige week het congres 'De Sociale Dienst van de Toekomst' en wilde graag weten wat onze wensen voor de toekomst zijn op dat gebied. De toekomst, zo is de conclusie, hangt vooral af van het mensbeeld dat we zelf én de professionals hebben. En: gaan we uit van de regels of kijken we naar de persoon? Gaan we uit van wat de persoon zélf het beste vindt? Klik hier voor: eerdere columns.


Op het congres ‘De Sociale Dienst van de Toekomst’ van Divosa en Stimulansz hoorde ik vorige week veel sprekers aan die hun visie gaven over de ontwikkeling van Nederland, met name in het sociale domein. Voorspellen is moeilijk. Dat weten we allemaal. De sprekers zagen die toekomst verschillend. Dat was dan wel weer voorspelbaar. Tijdens de pauze zei ik tegen de dagvoorzitter dat de verhalen wel erg vaak worden gericht op wat ons zou overkomen en veel minder over wat onze wensen zijn voor toekomst.

 

Dat werd later die dag gelukkig ruimschoots goedgemaakt. Vooral de ombudsman van Rotterdam, Anne Mieke Zwaneveld, ging in op de vraag hoe we in de toekomst om moeten gaan met mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Om welke reden dan ook.

De centrale vraag is hoe we als samenleving naar deze mensen kijken. Zien we hen als mensen die een luizenleventje leiden van het geld dat anderen zuurverdiend hebben? Of als losers, die waarschijnlijk vroeger op school hun huiswerk al niet maakten, en die nu niet genoeg moeite doen om een goede baan te vinden? Of vinden we dat deze mensen gewoon botte pech hebben gehad? Omdat ze een handicap hebben, omdat ze buiten hun schuld hun baan zijn kwijtgeraakt of omdat ze heel vaak in een sollicitatieprocedure werden afgewezen? Veel mensen denken op een van deze manieren over uitkeringsgerechtigden. Dat gebeurt zelfs soms in de spreekkamer van de sociale dienst. Mevrouw Zwaneveld merkt dat aan de vele cliënten die zich bij haar melden wegens een onheuse bejegening.

We kunnen mensen met een uitkering natuurlijk ook zien als mensen die ontzettend graag mee willen doen: tegenwoordig noemen we dat participeren. Mensen die morgen heel graag aan de slag willen om hun eigen inkomen te verdienen, maar daar gewoon de kans niet voor krijgen.
Kortom, de toekomst hangt vooral af van het mensbeeld dat we hebben, zei de voorzitter van Divosa, René Paas. Dat geldt ook voor de professionals die bij de sociale dienst werken. Sommigen gaan uit van de vastgestelde regels en procedures, omdat dit hen houvast biedt. Anderen nemen de man of vrouw die tegenover hen aan tafel zit als uitgangspunt en gebruiken de regels en procedures  om hun werk zo goed mogelijk te doen. Zij vragen de aanvrager eerst om zijn of haar verhaal te vertellen. Hoe zit die persoon in elkaar? Wat drijft hem of haar? Waar is hij of zij goed in? Dat moet je namelijk weten om te kunnen bedenken wat voor de persoon het beste is. Of, nog belangrijker: om het antwoord te kunnen begrijpen op de vraag wat die persoon zélf het beste vindt.

 

De laatste spreker op het congres was Jens Blom-Hansen, professor Politieke Wetenschappen aan de universiteit van Aarhus in Denemarken. Hij legde uit hoe het decentralisatieproces (in het sociale domein) in Denemarken in de laatste jaren is verlopen. Uiteraard met de bedoeling om daar lessen uit te leren voor Nederland. Hij richtte zich vooral op het bestuurlijke proces van gemeentelijke fusies en de decentralisatie van taken.
De belangrijkste les was volgens mij toen al verteld: kijk naar de cliënten in de sociale zekerheid als mensen van vlees en bloed. En staar je niet blind op dat vlekje bij die mensen, want vlekjes hebben we allemaal.





Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 20 mei 2015 16:35:38

Vraag en antwoord