Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: inclusief


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Dit keer gaat het over inclusief, over dat iedereen met een beperking erbij hoort en meedoet, over het VN-verdrag. Klik hier voor: eerdere columns.

Het is een wat lastig maar ook mooi woord: inclusief. Vooral als het wordt gebruikt in termen als ‘inclusieve samenleving’ of ‘inclusieve arbeidsmarkt’. Dan betekent het dat iedereen erbij hoort en meedoet. Ongeacht afkomst, huidskleur of levensovertuiging. En dat dus ook iedereen met een beperking erbij hoort en meedoet.

Over dat laatste gaat het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking. Nederland ondertekende dit verdrag al in 2007. Pas dit jaar zal het kabinet een wetsvoorstel aan de Kamer sturen waarmee het – waarschijnlijk in de loop van 2015 – wordt geratificeerd. Een jaartal dat voor iedereen die met de drie decentralisaties te maken heeft heel bekend is. Geen toeval, hoop ik.

 

In de Participatiewet, één van die drie decentralisatie-operaties, staat de term ‘inclusieve arbeidsmarkt’ meerdere malen. Dat klopt, in ieder geval op papier, met de bedoeling van de Participatiewet. Iedereen neemt deel aan de Participatiesamenleving. Al jaren, vanaf de tijd dat de Participatiewet nog de Wet werken naar vermogen heette, koppelt de LCR het VN-verdrag aan dat wetsvoorstel. Wij vinden die inclusieve samenleving en die inclusieve arbeidsmarkt namelijk heel belangrijk Dus ook die Participatiesamenleving. Hoewel dat woord intussen zo’n politieke lading heeft gekregen, dat ik het niet vaak meer gebruik.

 

Het ratificeren van het VN-verdrag houdt onder andere in, dat Nederland alle wet- en regelgeving aan de bepalingen in het verdrag toetst. Zijn er regels die het meedoen door mensen met een beperking verhinderen of moeilijker maken? Tegen het Ministerie van SZW hebben we steeds gezegd: toets ook de Participatiewet aan het VN-verdrag. Beter nu dan nadat de wet van kracht is geworden. En het ministerie heeft ons er altijd van verzekerd dat ze die toetsing hadden gedaan, dat de Participatiewet aan de verdragsbepalingen voldoet. Maar wij zijn natuurlijk eigenwijs genoeg om dan zelf ook nog eens heel kritisch te kijken. Wij komen, vreemd genoeg, tot een andere conclusie. Nog vreemder: veel andere deskundigen delen dit met ons en hebben een brief van die strekking aan de Eerste Kamer gestuurd.

 

Heel kort gezegd: veel Wajongers gaan erop achteruit ten opzichte van hun huidige situatie. Dat mag volgens het VN-verdrag niet, want de bedoeling is nu juist dat de situatie van mensen met een beperking verbetert. Ook nu al, zonder die ratificatie. Gemeenten zijn niet verplicht om werkvoorzieningen voor mensen met een beperking beschikbaar te stellen.
Dat is een achteruitgang ten opzichte van de huidige wetgeving waarbinnen dit recht verzekerd is. Deze voorzieningen zijn nog hard nodig want de arbeidsmarkt is bij lange na niet inclusief. Volgens ons zijn die beide gevolgen van de Participatiewet (en dat geldt voor nog wel een paar zaken) dus in strijd met het VN-verdrag.

 

Voer voor juristen? Het is veel ingewikkelder dan ik in een kort stukje kan uitleggen, maar wat ons betreft liever niet. Wij vinden het veel beter om nu de Participatiewet, liefst nog voor de behandeling in de Eerste Kamer, zodanig aan te passen dat hij wel aan alle bepalingen van het VN-verdrag voldoet. Dan kunnen we immers zien dat het kabinet echt inzet op die inclusieve samenleving. En niet alleen maar een wat oppervlakkige juridische toets op de eigen wet uitvoert.


Ik vind bovendien, dat het kabinet – mede namens vorige kabinetten – wel iets heeft goed te maken. Nederland heeft meer dan zeven jaar over de ratificatie van het VN-verdrag gedaan. Dat is natuurlijk veel te lang. Ik ben bang dat het motief voor die lange periode vooral een financiële was.

Velen waren (en zijn) bang dat de rechten die mensen met een beperking aan het verdrag kunnen ontlenen veel kosten met zich mee gaan brengen. Maar als we echt inclusiever worden, nemen de kosten voor alternatieve (aparte werkplaatsen) en individuele voorzieningen (aanpassing van een werkplek) juist af.

Bovendien, ik citeer mezelf maar even uit een column van vorig jaar: “Als je iets echt wilt, vraag je niet wat het kost, maar wat je er voor over hebt”. Dat zei ik toen over het stelsel van de sociale zekerheid. En als het daarvoor geldt, dan geldt het zeker voor de inclusieve samenleving.

 

(23 mei 2014)



Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 22 januari 2015 11:33:28

Vraag en antwoord