Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: beter beleid


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Dit keer gaat het over beter beleid. Over dat beleid beter wordt als de doelgroep erbij wordt betrokken. Klik hier voor: eerdere columns.

Twee citaten uit Binnenlands Bestuur. De eerste: ‘Op het gebied van armoedebeleid hebben we een tijd geleden al ingezet op het betrekken van de doelgroep bij het maken van dat beleid. Dat heeft veel opgeleverd.’ En de tweede: ‘Wij willen af van de benadering dat mensen niet willen werken en dat wij ze daartoe gaan verplichten. Vaak willen mensen natuurlijk wel aan de slag, maar willen wij ze vanuit de regels in een traject stoppen. Dat moet anders’.

Aan het woord is wethouder Mattias Gijsbertsen van Groningen. Wat mij betreft, Mattias, hartelijk welkom in je nieuwe functie! Zulke uitspraken zijn heel goed voor mijn humeur. Volgens de site van Groen Links werkt Mattias vanuit het principe ‘het hoofd koel, maar het hart warm’. Houd ik ook wel van.

Al jaren houden wij beleidsmakers voor, dat zij hun beleid beter kunnen maken door de doelgroep van het beleid bij de beleidsbeslissingen te betrekken. Cliëntenraden beschikken over ervaringsdeskundigheid, die nergens anders te halen is en waar bestuurders hun voordeel mee kunnen doen, omdat hun beleid er beter van wordt. Cliëntenparticipatie en -zeggenschap is dus niet alleen een belang van cliënten, maar ook van beleidsmakers. Sterker nog: hoe kun je nou beleid maken zonder te begrijpen welke gevolgen dat voor de doelgroep heeft?

Ons pleidooi voor meer en betere cliëntenparticipatie wordt meestal positief ontvangen. Het is immers een onderwerp waar niemand iets op tegen kan hebben. Dus als wij aan een nieuwe wethouder – daar zijn er nu heel veel van – vragen of hij de cliëntenraad (WWB) bij zijn bestuurlijk werk wil betrekken, reageert hij altijd met: ‘Natuurlijk!’ Dan is het des te vreemder, dat er in de sociale zekerheid nu een heel nieuwe bestuurslaag wordt opgetuigd en dat over alles wordt nagedacht, behalve (in de meeste regio’s) over de cliëntenparticipatie. Vele discussies worden gevoerd over hoe het Werkbedrijf op het niveau van de arbeidsmarktregio moet worden ingericht. Maar hoe we de cliëntenparticipatie op datzelfde niveau gaan inrichten, daar hoor je nog bijna niemand over. Niet over de structuur: getrapte vertegenwoordiging vanuit gemeentelijke cliëntenraden, samenwerking met UWV cliëntenraden? En niet over de inhoud: waar worden regionale cliëntenraden bij betrokken, wie doet wat met hun inbreng?

 

Ik zie het al voor me: tegen het eind van dit jaar hebben gemeentebestuurders in een regio het allemaal met elkaar afgesproken. Het Werkbedrijf staat fier overeind, wel of niet in virtuele vorm op een mooie en aandachttrekkende site. De bestuurlijke en politieke kaders zijn in de raden van de samenwerkende gemeenten keurig vastgesteld en raadsleden en wethouders roepen om het hardst: “Zie je nou wel, de gemeenten kunnen het wel goed!” En dan steekt iemand een hand op, bij voorbeeld een gemeenteraadslid dat een lid van de WWB raad kent. Moeten we niet ook nog iets regelen voor de cliëntenparticipatie?’ En pas dan gaat iedereen achter de oren krabben. Dan komen uitspraken als het tweede citaat bovenaan dit stukje als mosterd na de maaltijd. Vast niet in Groningen, want daar zit een wakkere wethouder die de uitspraak al gedaan heeft en die, terwijl ik dit schrijf, bezig is met de uitvoering. Maar in de rest van Nederland? Ik hoop dat het goed komt, maar daar krijg ik no nog geen signalen over.

Wij hebben daarom vorige week een brief aan de Werkkamer geschreven over cliëntenparticipatie in het Werkbedrijf. We verzoeken daarin om overleg, om te komen tot duidelijke contouren voor  cliëntenparticipatie en -zeggenschap op het niveau van de regionale arbeidsmarkt. Cliëntenparticipatie kent geen of nauwelijks tegenstanders. Maar dat wil nog niet zeggen dat het automatisch tot stand komt. Daar zal van alle kanten tijd en energie in moeten worden gestoken. Door beleidsmakers, bestuurders en zeker ook door cliënten zelf. Als in de regio straks – en straks is veel eerder dan in december – een cliëntenraad zit, die stevig wordt gevoed met signalen uit de achterban en dus uit de gemeentelijke én UWV cliëntenraden, dan pas wordt de cliënt echt gehoord en kan mijn humeur helemaal niet meer stuk.

 




Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 22 januari 2015 11:33:07

Vraag en antwoord