Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: armoede


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Dit keer zijn dat er twee. Het feit dat in Rotterdam één op de vier kinderen in armoede opgroeit. In heel Nederland hebben we het over één op de tien kinderen. En dat is schandelijk voor een van de rijkste landen van de wereld. Vooral als gekeken wordt naar artikel 27 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de VN: 'Elk kind heeft recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn lichamelijke, geestelijke, intellectuele, morele en maatschappelijke ontwikkeling.' Die bepaling geldt niet alleen voor arme landen, maar ook voor ons! Klik hier voor: eerdere columns.

Eén op de tien kinderen groeit op in armoede in Nederland.

In Rotterdam is dat zelfs één op de vier! In artikel 27 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de VN staat: ‘Elk kind heeft recht op een levensstandaard die toereikend is voor zijn lichamelijke, geestelijke, intellectuele, morele en maatschappelijke ontwikkeling.’ Denken we nou, dat die bepaling vooral nodig is voor kinderen in arme landen? Nederland behoort tot de vijf rijkste landen van de wereld, maar voor heel veel kinderen voldoen wij dus niet aan dat verdrag.

We moeten ons daar voor schamen. Kinderen die op school komen zonder te hebben ontbeten. Kinderen die het op weg naar school koud krijgen omdat ze geen winterjas hebben. Kinderen die nooit vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis durven te nemen om te spelen. Kinderen die altijd ‘ziek’ zijn als ze worden uitgenodigd voor een verjaardagspartijtje: uit schaamte omdat er geen cadeautje kan worden gekocht. En kinderen die niet aan sport kunnen doen of muziekles kunnen krijgen. Op alle punten worden deze kinderen achtergesteld ten opzichte van andere kinderen.

Kinderen die in armoede opgroeien hebben een grote kans om als volwassene die armoede niet te ontstijgen. Armoede is vaak erfelijk! Een vicieuze cirkel die zich over meerdere generaties uitstrekt. Heel cynisch gezegd: armoede is duurzaam.

Vorige week was er door het rapport van het CBS veel aandacht in de media voor kinderen in armoede. Als je die berichten ziet, zou je bijna denken dat armoede een verschijnsel is dat mensen overkomt. Net als slecht weer: niets aan te doen. Dat beeld klopt natuurlijk niet. De mediaberichten dan ook over pogingen van het kabinet en gemeenten om hier iets aan te veranderen. Het kabinet maakte honderd miljoen extra vrij voor armoedebestrijding en veel gemeenten hebben maatregelen getroffen. Zoals het betalen van de sportcontributie door de gemeente. Allemaal met de beste bedoelingen. Ik ben dan ook de laatste om te zeggen dat zulk beleid niet goed is. Maar een structurele duurzame oplossing zou beter zijn.


Onze samenleving is gebaseerd op uitgangspunten die armoede veroorzaken en in stand houden. Ik noem er een paar:

Zelfverrijking: als je een toppositie hebt met een heel goed salaris kun je zelf bepalen dat je nog veel meer gaat verdienen.

Werken met je hoofd verdient vaak veel beter dan werken met je handen.
Betaalde arbeid is heilig: veel belangrijke bijdragen aan de samenleving (bijvoorbeeld mantelzorg) worden wel gewaardeerd maar niet betaald.
De arbeidsmarkt stelt steeds hogere eisen, de race wordt zwaarder en dus zijn er meer afvallers. Voor die afvallers geldt: we maken de uitkering zo laag mogelijk, anders word je maar lui.
De grote ongelijkheid: vrouwen verdienen minder dan mannen, mensen met een beperking verdienen (veel) minder dan gezonde mensen, allochtonen verdienen minder dan autochtonen en hebben sowieso al minder kans op een betaalde baan.
Tot slot: wie niet mee kan betalen, mag ook niet meedoen en al helemaal niet meebeslissen. Armoede betekent: (sociaal) isolement en houdt zo zichzelf in stand. En daardoor is de laatste jaren de kloof tussen rijken en armen in Nederland steeds groter geworden en zal hij in de komende jaren nog groter worden.

 

Pas als we deze principes op de helling zetten, kunnen we echt wat aan armoede doen. En kunnen we kinderen in ons land geven waar ze volgens het verdrag dat we zelf steunen recht op hebben.





Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 08 juli 2016 15:59:06

Vraag en antwoord