Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: 'Wat kost dat'?


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Het debat in de Tweede Kamer over de ratificatie van het VN-verdrag ligt dus voor de hand. Hij vindt het schokkend, maar vooral beschamend dat allereerst naar de kosten wordt gekeken. Het VN-verdrag gaat niet over cosmetische veranderingen, maar een cultuurverandering. Een inclusieve samenleving zal er hoe dan ook moeten komen, maar de vraag is hoe actief de overheid hierin is. Klik hier voor: eerdere columns.

De inclusieve samenleving. Dat is waar het VN-verdrag voor rechten van mensen met een handicap over gaat. Een samenleving waarin iedereen zijn eigen leven kan inrichten en overal aan mee kan doen. Ook mensen met een beperking. Vorige week debatteerde de Tweede Kamer over de wet waarmee Nederland het VN-verdrag ratificeert. Negen jaar na ondertekening! Dat is op zich al beschamend, maar vooruit, beter laat dan nooit.

 

De meest beschamende vraag die telkens terugkwam tijdens het debat vond ik “Wat kost dat?”. De VVD had grote moeite met een amendement van ondermeer Otwin van Dijk (PvdA) waarin de toegankelijkheid van gebouwen en openbaar vervoer als norm in de wet wordt opgenomen.
De VVD meende dat er wel een oplossing moet komen voor het feit dat gehandicapten veel moeite moeten doen om bij voorbeeld een opleiding te volgen, met de trein te reizen, een concert te bezoeken of gewoon in het gemeentehuis hun paspoort af te halen. Maar die oplossing moet er alleen komen als er geen hoge kosten aan kleven. De fractie dreigde zelfs tegen de hele Ratificatiewet te stemmen, als het amendement zou worden aangenomen. Want een inclusieve samenleving is mooi maar het moet niet te duur worden! En het werken aan die inclusieve samenleving, verspreid over de komende 20 tot 30 jaar, is ook wel goed.

 

De inclusieve samenleving gaat natuurlijk om veel meer dan de toegankelijkheid van gebouwen. Mensen met een beperking moeten net zo goed toegang tot gewoon en eerlijk werk kunnen krijgen én moeten zo nodig genoeg inkomensondersteuning krijgen om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Aan zulke ‘ingewikkelde’ aspecten kwamen de Kamerleden in hun debat al helemaal niet toe.

Het VN-verdrag voor rechten van mensen met een handicap gaat over echte veranderingen. Veranderingen in hoe we als samenleving omgaan met én denken over mensen met een beperking. Veranderingen in gedrag en denken van mensen. Anders gezegd: een cultuurverandering. Dat gaat veel verder dan cosmetische veranderingen in wetten en regels. Maar de verantwoordelijkheid voor het wijzigen van die wetten en regels ligt wel bij de overheid. Wachten tot er vanzelf een cultuurverandering plaatsvindt, werkt niet.

 

Ik snak naar de inclusieve samenleving. Waarin het niet meer voorkomt dat iemand in een rolstoel alleen gebouwen in kan als vrijwilligers hem/haar erin tillen. Waarin mensen met een verstandelijke beperking zelf beslissen over de inrichting van hun leven en hun eigen keuzes maken, zonder dat hulpverleners en overheid alle keuzes voor hen maken. Waarin mensen met welke beperking dan ook altijd en overal mee kunnen doen. Zodat iedereen, zonder heel veel extra moeite die dingen kan doen die hij of zij belangrijk of gewoon alleen maar leuk vindt. Zo’n samenleving is rijk. Bij het streven naar die inclusieve samenleving is de vraag “Wat kost dat?” onzinnig én onfatsoenlijk! Bewaar die vraag maar voor zaken als de verbouwing van het Binnenhof of het salaris van een topbestuurder in de farmaceutische industrie.





Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 20 januari 2016 12:39:05


CIB-prijs 2018

Hoezo zelfredzaam?
Vraag en antwoord