Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: Troonrede


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Deze week was dat - onvermijdelijk - de Troonrede. Of liever: de koopkrachtplaatjes. Gerrit van der Meer blijft het onbegrijpelijk vinden dat ondanks onderzoeken die het tegendeel bewijzen, deze regering nog altijd denkt dat 'minder uitkering' leidt tot het sneller vinden van een baan. Klik hier voor: eerdere columns.

Het was het gebruikelijke beeld. In de berichtgeving streden de hoedjes van de vrouwelijke parlementariërs en de japon van Koningin Máxima om voorrang met koopkrachtplaatjes en andere cijfers. Mijn aandacht dreigde al te verslappen, toen ik een kernachtige samenvatting van die koopkrachtplaatjes hoorde: iedereen gaat er volgend jaar op vooruit, behalve mensen met een uitkering. En de volgende ochtend hoorde ik dat dit ook geldt voor ouderen met een behoorlijk vermogen.

Ik kan niet zeggen dat ik omviel van verbazing. Wie de politiek een beetje volgt heeft dit natuurlijk al lang zien aankomen. In het voorjaar was er zelfs nog een dreiging dat deze twee groepen er als enigen op áchteruit zouden gaan. Minister Asscher zei toen, dat dit natuurlijk gerepareerd moest worden. Dat heeft het kabinet nu dus gedaan, want de koopkracht van uitkeringsgerechtigden blijft gelijk. Ik verstuur nog maar even geen felicitaties voor dit prachtige resultaat.

De motivatie voor deze keuze is, dat het kabinet de afstand tussen een inkomen uit een uitkering en een inkomen uit loon wil vergroten, want - zo is de redenatie - daardoor zullen meer mensen aan het werk gaan. Die redenering gaat er dus nog steeds vanuit, dat mensen met een uitkering alleen zin hebben om te gaan werken, als zij ze daar fors voor worden beloond. Geld is immers voor de aanhangers van die redenatie het belangrijkste wat er is, dus nemen ze aan dat dit voor iedereen geldt.

 

Uit talloze onderzoeken in binnen- en buitenland weten we, dat die ‘financiële prikkel’ niet werkt. Er zijn veel mensen die geld helemaal niet het allerbelangrijkste in het leven vinden. En het overgrote deel van mensen met een uitkering wil heel graag aan het werk omdat mensen zich prettiger voelen met een baan en een eigen loon. Natuurlijk is de verbetering van het inkomen dan welkom. Logisch, als je van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Maar het is niet de prikkel die ervoor zorgt dat mensen aan het werk gaan.

Een ander aspect dat aan deze verkeerde redenatie kleeft: hierdoor worden helemaal geen arbeidsplaatsen gecreëerd. Er zijn nog steeds 600.000 mensen werkeloos. Ze solliciteren zich allemaal een slag in de rondte, maar er zijn gewoon niet genoeg banen. Minder uitkeringen krijg je voor elkaar door meer banen te creëren, niet door mensen met een uitkering uit te knijpen.

 

Uitkeringsgerechtigden zijn er in de afgelopen decennia meer op achteruit gegaan dan welke andere groep ook. Meerdere kabinetten hebben dat verdedigd door te zeggen dat het stelsel van sociale zekerheid in Nederland te duur was en onbetaalbaar dreigde te worden. Maar weet u wat op termijn nog veel duurder is? Mensen straffen voor iets waar ze geen schuld aan hebben en mensen uitsluiten. Om maar één voorbeeld te noemen: wie zich uitgesloten voelt wordt ongelukkiger en is vaker ziek. Er zijn nog veel meer voorbeelden.

De maatschappelijke kosten daarvan zijn pas onbetaalbaar. En dan heb ik het echt niet alleen over geld.




Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 18 september 2015 09:17:21

Vraag en antwoord