Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: Prins(h)eerlijk


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. Vandaag is dat uiteraard Prinsjesdag. Eigenlijk vooral de invulling van de participatiesamenleving. Wie doet er wel mee en wie niet? Klik hier voor: eerdere columns.

Na de vele gefronste wenkbrauwen in de afgelopen jaren zien we dit jaar veel vrolijke gezichten in de aanloop naar Prinsjesdag. Het gaat goed met de economie in het algemeen en met het begrotingstekort, de werkgelegenheid en de koopkracht in het bijzonder. En dat heeft – “echt eerlijk waar” – niets met de verkiezingen van volgend jaar te maken.

 

De mensen die er in koopkracht het meest op vooruit gaan, zijn werkenden met een laag inkomen. Andere werkenden krijgen ook meer te besteden, zo meldt Diederik Samson met gepaste trots. De uitkeringsgerechtigden en ouderen gaan er voor het eerst sinds jaren niet op achteruit. Daar trekt het kabinet een miljard voor uit.
Volgens mij heeft dit alles wel degelijk met de toekomstige verkiezingen te maken.

 

Werkenden zijn met de miljoenennota 2016 dus het beste uit. Dat hebben ze ook verdiend, want ze werken. En zo hoort het in de participatiesamenleving die in de eerste troonrede van dit kabinet werd opgevoerd. Niemand kan daar tegen zijn. Ik ben daar niet op tegen, maar het bevestigt wel het beeld dat ik de afgelopen jaren van de participatiesamenleving heb gekregen.
Participeren staat gelijk aan betaald werken. Op andere manieren een bijdrage leveren wordt natuurlijk wel gewaardeerd. Veel gemeenten doen hun uiterste best om mantelzorgers te ondersteunen en vrijwilligerscomplimenten worden veelvuldig uitgedeeld. Daar heb ik absoluut geen bezwaar tegen. Maar hoe groot je maatschappelijke bijdrage ook is, je houdt er geen inkomen aan over waar je wat leuke dingen van kunt doen.

 

Alle rekensommetjes kunnen één uitkomst niet verdoezelen: de armoede is in deze kabinetsperiode toegenomen. Niet een beetje, maar behoorlijk. Vooral veel meer kinderen groeien in armoede op. Ook daar gaat het kabinet wat aan doen trouwens. Er komt een ‘armoedefonds’ van 100 miljoen. Daar kunnen bijvoorbeeld schoolspullen, sportkleding of schoolreisjes voor kinderen uit worden betaald. Van dat woord ‘armoedefonds’ krijg ik de kriebels, want het klinkt mij als iets uit de negentiende eeuw. En het is net als met de voedselbanken: goed dat het er is, maar nog beter als het niet nodig is.

 

Intussen blijf ik moeite houden met die eenzijdige nadruk op betaald werken. Natuurlijk is een baan de beste manier om een beter inkomen te krijgen. En voor je zelfrespect is het ook heel goed. Maar een betaalde baan is nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd. Bijvoorbeeld gewoon omdat er nog steeds te weinig banen zijn. En vooral ook omdat die inclusieve arbeidsmarkt – waar voor iedereen plaats is – nog lang geen werkelijkheid is. We zouden andere, heel zinvolle vormen van participatie dus meer moeten waarderen.

 




Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 22 november 2016 13:39:22


CIB-prijs 2018

Hoezo zelfredzaam?
Vraag en antwoord