Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: Ervaringsdeskundigheid


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. In deze laatste column van 2015 benadrukt Gerrit van der Meer het onderwerp 'ervaringsdeskundigheid'. De inbreng van cliënten is en blijft noodzakelijk bij de advistering over en vaststelling van beleid. En ook bij de evaluatie. Daarom, zo betoogt hij, moeten cliëntenraden uit mensen bestaan die als cliënt ervaring hebben met het beleid. Klik hier voor: eerdere columns.

Het lijkt zo simpel. Je maakt beleid voor mensen met een uitkering. Om te beginnen  vraag je die mensen naar hun ervaringen en ideeën. Dat heet ervaringsdeskundigheid en daar wordt je beleid beter van. We leggen dat als LCR steeds weer uit en dat doen we al jaren. Een voorbeeld: worstelt een gemeente met de tegenprestatie? Vraag de cliëntenraad eens naar de ervaringen van mensen die er daadwerkelijk in gewerkt hebben. Daar word je wijzer van. Misschien zelfs zo wijs, dat je die hele tegenprestatie uit je beleid schrapt.

 

Het blijkt ingewikkelder. Je ziet dat hulpverleners in een cliëntenraad plaatsnemen. Die hebben ook ervaring, maar die is minder op zijn plaats in een cliëntenraad. Kort geleden hoorde ik, dat verschillende gemeenten een opleiding voor ervaringsdeskundigen organiseren. In eerste instantie begreep ik dit niet. Ervaringsdeskundigheid krijg je door ervaring, dat kun je toch niet in een opleiding leren? Nee, dat kan inderdaad niet. De opleiding beoogt iets anders: daar leren mensen hoe ze hun ervaringsdeskundigheid het best kunnen inzetten om de hulpvragers van nu te helpen.

Een man of vrouw met een beperking, die al tien keer bij een sollicitatie is afgewezen, zal zijn/haar verhaal gemakkelijker vertellen aan iemand die hetzelfde heeft meegemaakt en de adviezen waarschijnlijk sneller aannemen.

Ervaringsdeskundigheid wekt vertrouwen en dat is prima. Maar het is een andere inzet van ervaringsdeskundigheid dan wij bedoelen, als we zeggen dat vooral cliënten zelf deel moeten uitmaken van een cliëntenraad.

 

Het wordt nog lastiger. In veel gemeenten worden nu burgerplatforms opgezet, onder vele verschillende namen. Dat past mooi bij de termen burgerparticipatie en participatiesamenleving. Daar is niets mis mee. Maar het is wèl verkeerd, als gemeenten denken dat burgerparticipatie hetzelfde is als cliëntenparticipatie en cliëntenzeggenschap. En dat zo’n burgerplatform een cliëntenraad dus overbodig maakt. Dan mis je de ervaringsdeskundigheid en dan mis je dus het allerbelangrijkste.

Nog niet zo lang geleden zat ik tijdens een bijeenkomst naast een wethouder die gloedvol vertelde over de goede samenwerking in de arbeidsmarktregio. Op mijn vraag of er dan ook een regionale cliëntenraad was, antwoordde hij: ‘We hebben besloten dat niet te doen’. Mijn klomp brak. Al weer.

Gelukkig zijn er ook mensen, bij een aantal gemeenten en in regio’s en ook bij UWV en SVB, die het wel begrijpen. Die wèl inzien dat de inbreng van cliënten noodzakelijk is bij de advisering over beleid, de vaststelling ervan en ook de evaluatie. Voor al die anderen dan nog maar een keer: om voor cliënten (in de sociale zekerheid) goed beleid te maken, is het noodzakelijk dat je gebruik maakt van de ervaringsdeskundigheid van die cliënten.

En als de LCR spreekt over stevige cliëntenraden, dat hebben we het dus over raden die voor het overgrote deel uit cliënten bestaan.

 

Omdat dit de laatste column is van 2015 spreek ik graag de wens uit dat hier in het komende jaar meer werk van wordt gemaakt. Ik kan garanderen: daar wordt iedereen beter van.

En ik wens alle cliënten zulke mooie feestdagen, dat ze in het nieuwe jaar genoeg energie hebben om het belang van ervaringsdeskundigheid nog een keer (of tien) uit te leggen.





Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 20 januari 2016 12:34:01


CIB-prijs 2018

Hoezo zelfredzaam?
Vraag en antwoord