Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: Catch 22


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, schrijft elke maand een column waarin hij reflecteert op actuele gebeurtenissen. In Catch 22 gaat hij in op de onmogelijke situatie waarin sommige mensen worden gebracht als het gaat om de tegenprestatie en de sollicitatieplicht. Klik hier voor: eerdere columns.


Noeste lezers en filmliefhebbers weten wat Catch 22 is: een roman van Joseph Heller en een verfilming ervan. Het verhaal: een Amerikaanse oorlogsvlieger probeerde onder het vliegen van gevaarlijke missies uit te komen, door zich krankzinnig te laten verklaren. De behandelend arts vond de poging van de militair zo slim en verstandig, dat hij daarmee bewees over veel gezond verstand te beschikken. Sinds dit boek en de film gebruiken we de uitdrukking Catch 22 voor situaties waarin iemand onmogelijk aan alle geldende voorwaarden en regels kan voldoen.

 

Veel vormen van vrijwilligerswerk mogen worden beschouwd als tegenprestatie. Dan kan het (gelukkig!) voorkomen dat mensen die al heel goed – en vaak al heel lang – vrijwilligerswerk doen, geen nieuwe verplichtingen krijgen opgelegd. Er zijn nóg meer verplichtingen als je een uitkering (WW of WWB) hebt, zoals de sollicitatieplicht. Daarom mag je geen vrijwilligerswerk doen dat veel op een betaalde baan lijkt. Dan houd je te weinig tijd over om betaald werk te zoeken en is er sprake van verdringing op de arbeidsmarkt. Je houdt immers een plek bezet, waarvoor jijzelf of iemand anders best een cao-loon zou kunnen krijgen.

 

Ik geef een voorbeeld. Willem heeft een verleden met psychiatrische problemen. Hij kon absoluut geen kritiek verdragen, was driftig en soms agressief. Op zijn werk had hij zo vaak ruzie met zijn collega’s, dat hij uiteindelijk ontslagen werd. Hij kreeg twee jaar WW en belandde daarna in de bijstand. Willem ging in therapie en leerde zichzelf in de hand te houden, om kritiek op te vatten als een gratis en wellicht nuttig advies. Mede door zijn verleden en inmiddels redelijk gevorderde leeftijd, was het vinden van betaald werk nog steeds moeilijk. Tot Willem bij een neef in de timmerwerkplaats aan de slag kon. Maar helaas, drie jaar later ging het bedrijf van de neef failliet en stond Willem weer op straat. Voor korte tijd wel weer met WW gelukkig, maar binnenkort gaat dat weer over in bijstand.

 

In ongeveer dezelfde tijd dreigde het buurthuis, waar Willem wel eens klusjes deed, door bezuinigingen gesloten te worden. De gemeente kon een beheerder niet meer betalen. Willem vond dat vreselijk. Hij had intussen veel contacten gekregen door zijn vrijwilligerswerk  en hij kwam er graag en veel, ook als er geen klusjes te doen waren. Dus riep Willem: “Ik doe dat werk van de beheerder wel!” Iedereen blij. Zelfs de betrokken gemeenteambtenaren waren na enige discussie tevreden.

Willem heeft goed opgelet bij de vele discussies over de verplichte tegenprestatie. Hij denkt nu dat hij het met de sociale dienst straks wel eens wordt over zijn vrijwillige functie als prima tegenprestatie. Tot de klantmanager van UWV vragen begint te stellen. Willem heeft sollicitatieplicht en daar heeft hij de laatste tijd niet veel tijd en energie in gestoken. Bovendien vindt zijn klantmanager bij UWV dat de functie van beheerder in het buurtcentrum niet onder het toegestane vrijwilligerswerk valt. Die klantmanager heeft, vindt Willem zelf ook, natuurlijk wel een punt. De beheerder van een buurtcentrum zou natuurlijk gewoon betaald moeten worden.

Wat moet Willem nu? Als hij de regels van UWV volgt, zegt hij zijn werk als beheerder op. Dan gaat het buurtcentrum alsnog dicht, omdat er geen geld is voor een ‘professionele beheerder’. Gaat Willem door als beheerder, dan riskeert hij een boete van UWV. Stopt hij dan moet hij straks misschien voor zijn bijstandsuitkering een tegenprestatie gaan doen die niet bij hem past.

 

De oplossing ligt voor de hand: maak van de beheerdersfunctie een betaalde baan. Willem komt vast voor die baan in aanmerking. Wethouders en ambtenaren zeggen: ‘Helaas, die oplossing kan de gemeente niet betalen’. En nu ligt het probleem dus bij Willen op het bordje. Eigenlijk moet de WW voor Willem snel aflopen. Dan kan hij met de sociale dienst een afspraak over zijn tegenprestatie maken. Moet hij alleen nog uitleggen dat hij geen betaalde baan bezet houdt. En oh ja, hij moet maar accepteren dat hij met zijn inkomen weer fors naar beneden gaat. Wie weet hoe Willem zich aan alle regels kan houden èn zijn heel zinvolle vrijwilligerswerk kan blijven doen, nodig ik van harte uit om dat aan mij uit te leggen.

 

Het voorbeeld van Willem heb ik verzonnen. Maar heel veel verbeeldingskracht hoefde ik daarvoor niet te gebruiken. Ik hoor regelmatig verhalen uit de praktijk die er erg veel op lijken. Dat we over de wetten en regels die de Tweede Kamer heeft aangenomen nog veel te discussiëren hebben, snap ik. Dat UWV verdringing tegengaat, snap en ondersteun ik zelfs. Dat verschillende gemeenten straks verschillende uitvoeringen van het beleid hebben, vind ik niet goed maar kan ik ook nog wel snappen. Het wordt echt bizar als die discussies over de hoofden van uitkeringsgerechtigden worden uitgevochten en Willem (en anderen) zelf maar moeten uitzoeken wat de overheid niet goed kan regelen. Want dan wordt het Catch 22.


(24 maart 2014)





Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 22 januari 2015 11:34:11

Vraag en antwoord