Column LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: Carlos-momentje


Gerrit van der Meer, voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad, is de vaste columnist van de LCR-website. Hij blikt elke maand terug op een actuele gebeurtenis. Deze maand is dat het Divosa Voorjaarscongres. Hij signaleert dat er een verandering plaats vindt onder de deelnemers. Ze denken veel minder in 'hoe voeren we de wet zo goed mogelijk uit' en neigen meer naar 'hoe kunnen we het beste voor onze cliënten doen?'. Klik hier voor: eerdere columns.

‘De thuisblijvers hadden weer ongelijk’, zei ik tegen Erik Dannenberg, voorzitter van Divosa. Het was donderdag aan het eind van de eerste dag van het Divosa Voorjaarscongres in Maastricht. Het congres was nog niet afgelopen, maar ik had al zoveel mooie woorden gehoord, dat ik deze conclusie alvast kon trekken. 

Het was mijn zevende Voorjaarscongres van Divosa en het beste tot nu toe. En nee, dat zeg ik niet als een soort van Olympische traditie na ieder congres. De zaal is grotendeels gevuld met directeuren en managers van sociale diensten. Gedurende de afgelopen jaren heb ik gezien dat zij geleidelijk van inzicht veranderden. Heel kort samengevat: van ‘hoe voeren we de wet het beste uit’ naar ‘hoe kunnen we het beste voor onze cliënten doen’. Dit congres liet weer een paar mooie voorbeelden zien.

 

Jaap Bressers had op zijn 21ste een duikongeluk in Portugal. Volledig verlamd spoelde hij aan op het strand. Toen hij zijn ogen open deed zag hij ‘een dikke Portugees in een veel te strakke, knalgele broek’ en besloot dat dit niet het laatste beeld mocht zijn dat hij in zijn leven zag. De volgende keer dat hij zijn ogen opendeed was om vier uur ’s nachts in het ziekenhuis. Hij voelde beneden zijn schouders niets en kon alleen de spieren in zijn gezicht bewegen. Toen hij zich dat realiseerde sloeg de paniek toe en hij schreeuwde het uit. Daar reageerde in het ziekenhuis niemand op, want zulke paniekaanvallen zijn in een ziekenhuis heel gewoon. Niemand, behalve verpleegkundige Carlos. Hij kwam aan Jaaps bed staan, legde zijn hand op Jaaps schouder - op de plek waar hij nog wel wat voelde - en zei rustig: ‘It’s okay’. Hier was iemand die zijn aandacht niet richtte op de dwarslaesie, maar op Jaap. Iemand die wist dat paniekaanvallen voor het personeel in het ziekenhuis wel gewoon zijn, maar voor de patiënt een teken van heel begrijpelijke en totale ontreddering.

Deze gebeurtenis beschrijft Jaap in zijn boek (‘Waar een wiel is, is een weg’) als ‘mijn Carlos-momentje’. Hij vertelde het verhaal op het Voorjaarscongres en doorspekte het met de humor van de cabaretier die hij ook is. Hij bracht de zaal van uitbundige lachsalvo’s naar momenten waarop je een speld kon horen vallen. Iedereen was zwaar onder de indruk. En het Carlos-momentje moeten we, zo vonden de aanwezigen, erin houden!

 

Nog een voorbeeld. Andries Baart is hoogleraar Presentie. Hij richt zich op het scheppen van rechtvaardige en liefdevolle menselijke relaties. Dat is de grootste behoefte, vooral van mensen die kwetsbaar zijn, arm, doodziek of hopeloos, of zogenaamd onaanzienlijk en sociaal overbodig. Voor die mensen moet je ‘er zijn’. Dat is belangrijker dan een wagen volladen met kennis, ervaring, deskundigheid en ‘tools en methoden’ om vervolgens die volle wagen tussen jezelf en de ander te parkeren.

 

De verandering waar ik het net over had, is nog niet voltooid. De vele mensen die ik in Maastricht sprak, erkenden dat allemaal. En er is, denk ik, nog een ander probleem. Al die managers en beleidsmakers (van sociale diensten) zijn vorige week opnieuw geïnspireerd door alle sprekers op dit congres. Nu is het zaak dat er een vertaling van die inspiratie plaatsvindt naar de uitvoerenden, de klantmanagers, consulenten en coaches. Dat is nog niet overal gelukt. De medisch specialist die het consult met een patiënt begint door heel veel directe en gesloten vragen te stellen, is niet present als mens maar alleen als dokter. De klantmanager die de cliënt eerst uitlegt aan welke verplichtingen hij moet voldoen en welke sancties er staan op het niet nakomen van die verplichtingen, is er niet voor de cliënt, maar alleen voor het systeem of de organisatie waarbij hij werkt.

 

Ik ben ervan overtuigd dat de verschuiving van systeemgericht naar klantgericht doorgaat. En dat de mensen die hulp en ondersteuning nodig hebben dat ook gaan merken. Op vele plaatsen is dat al gaande.

Het vergt – en dat realiseer ik me goed – een cultuurverandering. Cultuurveranderingen kosten tijd. De LCR is al zolang de raad bestaat mede-initiatiefnemer van deze verandering. We zullen ervoor blijven knokken dat die cultuurverandering doorgaat. Inderdaad, zolang als we bestaan.



 



Twitter share button Facebook share button LinkedIn share button

Laatst gewijzigd op 10 augustus 2017 14:12:01

Vraag en antwoord