De tandenborstelbrigade die in de jaren tachtig bij
bijstandsmoeders controleerde of ze daadwerkelijk alleen woonden, lijkt terug
te keren. Als het aan dit kabinet ligt, krijgen uitvoeringsorganisaties veel
vrijheid om op huisbezoek te gaan als de leefsituatie niet helder is. De LCR
keert zich fel tegen deze maatregel en stelt dat er minimaal een protocol moet
komen waaraan huisbezoeken moeten voldoen.
Klem
Deze week behandelt de Tweede Kamer het voorstel van wet houdende een regeling in de sociale
zekerheid van de rechtsgevolgen van het niet aantonen van de leefsituatie na
het aanbod van een huisbezoek (31 929). Volgens de LCR zit er een stevige
adder onder het gras bij deze wet. Mensen mogen weliswaar de bezoeken weigeren,
maar zitten klem omdat ze bij weigering te maken krijgen met een verlies of
verlaging van de uitkering.
Frauderende burger
Door een dergelijke wet op te tuigen gaat de overheid uit
van een frauderende burger tot het tegendeel is bewezen. De omgekeerde wereld,
vindt de LCR. De overheid moet ervanuit gaan dat de burger de juiste informatie
verstrekt. Dat mag de overheid ook doen want uit onderzoek is gebleken
dat de meeste uitkeringsgerechtigden juiste informatie verstrekken.
Protocol
Het is verbazingwekkend dat bij een aantasting van het
beschermrecht van de burger de regering de verantwoordelijk in zijn geheel bij
de uitvoeringsinstanties legt. De LCR vindt dat in een protocol moet worden
vastgelegd onder welke condities een huisbezoek kan worden uitgevoerd. De LCR
blijft van mening dat een huisbezoek alleen in het uiterste geval ingezet mag
worden.
De regering betoogt dat deze wet mogelijk is op grond van
lid 2 van artikel 8 van het Europees Verdrag ter bescherming van de Rechten van
de Mens (EVRM). De LCR betwijfelt dat sterk.
De LCR-brief lezen? Klik hier.
Foto: iStockphoto
(28 november 2011)